Portret: Bibliotheekdirecteur Daan Bultje loopt 208 kilometer door Fryslân

Portret: Bibliotheekdirecteur Daan Bultje loopt 208 kilometer door Fryslân

Vroeg in de ochtend, nog voor Leeuwarden echt wakker is, staat Daan Bultje, directeur van Dbieb in Leeuwarden, al met een koffiebeker in de hand bij de start van de Elfsteden Wandeltocht. 6.45 uur. Een plekje zoeken. Een kort woord van de organisatie of een lokale bestuurder. En dan onder begeleiding van een trompet het Friese volkslied.

Daarna: lopen.

Vijf dagen lang is dat het ritme. 208 kilometer door Fryslân, van stad naar stad, langs dijken, dorpen en eindeloze weilanden. “Iedere dag begin je weer samen,” vertelt hij. “En dat moment zegt eigenlijk alles: iedereen loopt dezelfde tocht, maar iedereen op zijn eigen manier.”

In een wandelbubbel door Fryslân

De dagen volgen een vast patroon. Ochtendstart, kilometers maken, stempelposten, pauzes, en in de middag de finish van de etappe. Daarna herstellen: voeten verzorgen, eten en vroeg naar bed.

“De eerste kilometers loop je nog in de drukte,” zegt hij. “Maar daarna valt alles uit elkaar in kleine groepjes. Inhalen voelt als vrachtwagens op de snelweg: langzaam dichterbij komen, even groeten, soms een praatje, en dan weer door.”

Zijn telefoon blijft daarbij grotendeels in de rugzak. Alleen op de eerste dag kijkt hij nog even op zijn werkmail. “Dat merkte ik meteen: dan zit je er toch met je aandacht nog even tussen. Daarna heb ik hem zo veel mogelijk gelaten.”

Fryslân in een ander tempo

Wat vooral blijft hangen, is het landschap zelf. De tocht voert van Leeuwarden naar Sloten, Workum, Franeker, Dokkum en weer terug. Bekende plekken krijgen een andere betekenis als je er lopend doorheen gaat.

“Je gaat in een ander tempo leven. Je ziet zoveel meer: vogels, weilanden, details aan gebouwen waar je normaal aan voorbij rijdt.” Vooral de afwisseling maakt indruk. “Van Gaasterland tot de kust en dan het eindeloze pad langs de Dokkumer Ee. Dat is echt genieten.”

Kleine momenten, grote herinneringen

Niet elke dag voelt hetzelfde. De derde etappe springt eruit. “Ik dacht steeds: als ik vandaag instort, wordt het een zware dag én moet ik er nog twee. Maar juist die dag ging heel goed. Dat gaf vertrouwen.”

Een bijzonder moment is er in Bolsward, halverwege de dag. Eerst de stad in voor een stempel, daarna weer terug. “Je ziet eerst iedereen die voor je loopt, en daarna de mensen die achter je lopen. Iedereen groet elkaar. Dat is heel bijzonder.”

Ontmoetingen onderweg

De tocht zit vol kleine ontmoetingen. Zo is er een wandelaar die onderweg aansluiting zoekt.

“Hij zei: ik ben al sinds de vorige post bezig jullie in te halen, want ik kon wel een praatje gebruiken.” De dagen daarna komen ze elkaar steeds weer tegen, en uiteindelijk lopen ze een stuk samen op. “Dat soort momenten maken het bijzonder. Je deelt iets zonder elkaar echt te kennen.”

De zwaarste dag

De laatste etappe, van Dokkum naar Leeuwarden, blijkt uiteindelijk de zwaarste. Een pijnlijke achillespees speelt op, en voor het eerst gaat het minder vanzelf.

“Maar je gaat mee in het tempo van de groep. En onderweg leidt van alles af: oldtimers van een rally, mensen langs de kant. Dan denk je: gewoon door tot het volgende punt.”

Het laatste stuk loopt hij samen met zijn groepje. In Leeuwarden valt alles weg. “Zodra je over de finish bent, is het ook meteen klaar. Toen was ik echt kapot.”

Wat blijft hangen

Terug in het gewone ritme blijft vooral het effect van vijf dagen buiten zijn hangen. Het wandelen, het landschap en het ritme van de dagen zorgen voor een andere manier van kijken.

“Mijn werk is vaak druk en speelt zich veel in mijn hoofd af,” zegt hij. “Tijdens deze tocht heb ik ervaren hoe goed het is om af en toe afstand te nemen. En ik zag opnieuw dat een diverse groep mensen tot veel in staat is: de één heeft wat meer tijd nodig dan de ander, maar uiteindelijk komt iedereen er wel.”

Of het bij één keer blijft, is nog niet duidelijk. “Het is zwaar, vooral de voorbereiding kost veel tijd. Maar het was een mooi avontuur.”

Deel dit bericht