“Niet links en niet rechts, maar pan-Europees” – Volt Nederland bij Leeuwarden Stemt

“Niet links en niet rechts, maar pan-Europees” – Volt Nederland bij Leeuwarden Stemt

Volt Nederland staat momenteel ongeveer op 4 zetels in de peilingen. Maar met welke plannen stappen zij de campagne in? Monique Fikenscher en Jesse van Mulkom kwamen langs bij Leeuwarden Stemt om het verkiezingsprogramma te bespreken. Arnold Vreeken stelde de kritische vragen; waar staat Volt voor, werkt een Europees leger, en 0.7% van BBP naar Kunst en Cultuur, hoe verkoop je dat aan de kiezer? De samenvatting inclusief video is te zien op ons Youtube kanaal. De volledige aflevering is terug te luisteren via onze uitzending gemist optie.

Waar staat Volt voor

Volt is niet links, niet rechts, maar een pan-Europese beweging“, aldus Monique Fikenscher. Pan-Europees betekent dat Volt niet alleen in Nederland actief is, maar in heel Europa. Er zijn meer dan 30.000 leden actief, die allemaal vanuit hetzelfde gedachtengoed meedenken en meepraten. “Zo krijg je een mooi rond geluid“, zegt Monique. Monique is werkzaam als locatie manager bij de crisisnoodopvang voor asielzoekers. In haar werk ziet ze vaak dat beleid en uitvoering niet goed op elkaar aansluiten. Haar betrokkenheid bij politiek gaat echter verder terug. “Vroeger dacht ik, later word ik minister-president,” zegt ze. Zover is het nog niet, maar toen het kabinet vorig jaar viel en Volt mensen zocht vanuit het noorden, besloot ze zich aan te melden voor de kandidatenlijst.

Volt zet basisinkomen opnieuw op de agenda

Volt ziet oplossingen voor grote vraagstukken niet alleen binnen de landsgrenzen. Volgens de partij moeten uitdagingen zoals klimaat en het woningtekort ook met inspiratie uit het buitenland worden aangepakt. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: “denk Europees, doe lokaal” en “denken vanuit vertrouwen en niet wantrouwen“. Een opvallend onderdeel van het verkiezingsprogramma is het basisinkomen. Het idee is niet nieuw, maar volgens Monique nog altijd actueel. “Het mooie van een basisinkomen is dat het een bedrag is wat je gewoon krijgt” zegt ze. Daarmee zouden toeslagen en regelingen komen te vervallen, net als de controles die daarbij horen. Toch roept het plan vragen op. Veel mensen zien een basisinkomen volgens Monique als “gratis geld”, maar zij benadrukt: “Het is geen vetpot.” Het bedrag zou worden gebaseerd op bijstand en toeslagen.

Op de vraag of mensen met hogere inkomens er niet relatief meer voordeel van hebben, geeft ze toe dat er geen eenduidig antwoord is. Wel zegt ze: “Het mooie is dat je een basisinkomen krijgt, en alles wat je gaat verdienen is voor jou.“. Toch zou een basisinkomen bij mensen met een laag inkomen zorgen voor bestaanszekerheid, terwijl het voor mensen met een hoog inkomen een mooi extraatje is. Of een basisinkomen de oplossing is, zijn we in Nederland het nog niet over eens. Haalbaar lijkt het idee in ieder geval. Bij de vorige verkiezingen werd het doorgerekend en kwam er een positief advies uit, vertelt Jesse van Mulkom. Volt is niet de enige partij die zich met het concept bezighoudt. Ook D66, Partij voor de Dieren, GroenLinks-PvdA en de Politieke Partij voor Basisinkomen namen het eerder dergelijke vormen op in hun programma’s. In het buitenland zijn er bovendien kleinschalige pilots geweest. De resultaten waren voorzichtig positief, maar de overstap blijkt lastig. Toch blijft Monique optimistisch: “Maar ik kan me niet voorstellen dat er geen draagvlak voor is.

Rechten voor het klimaat

Klimaatbeleid is een belangrijk speerpunt voor Volt. De partij wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en bovendien het klimaat juridisch verankeren. “We doen nu al veel dingen goed” zegt Jesse van Mulkom. “Maar het mag wel wat radicaler positief” zegt hij. Jesse is bestuurslid van Volt Groningen en sinds dit jaar kandidaat voor Volt Nederland. Van Mulkom, die kunstgeschiedenis studeerde en ook als muzikant werkte, benadrukt dat de transitie sneller moet. Volgens hem zijn er extra stappen nodig, omdat anders een klimaatcrisis of zelfs conflicten over zoetwater dreigen. Innovatie en nieuwe ideeën zijn daarbij cruciaal. Volt stelt voor dat de rechter de overheid verantwoordelijk kan houden als klimaatafspraken niet worden nageleefd, bijvoorbeeld wanneer vergunningen worden verstrekt die tegen de klimaatwet ingaan. Toch blijft de vraag of kiezers bereid zijn offers te brengen. Jesse denkt dat de bereidheid er wel is, maar benadrukt dat het ook praktisch moet zijn. “Iedereen wil wel wat groens doen. Maar het moet ook makkelijk zijn” zegt hij. Een voorbeeld dat hij noemt is goed openbaar vervoer, zodat de keuze om vaker de bus te pakken vanzelfsprekender wordt.

Tatastad om het huizentekort op te lossen?

In de discussie over het woningtekort duikt een opvallend plan op rond Tatasteel. Vergroenen zou daar volgens sommigen niet meer lukken, en daarom wordt er gesproken over de bouw van een compleet nieuwe stad. De partij pleit dan ook voor de sluiting van de staalfabriek in IJmuiden om daar een zogenoemde “Tatastad” te bouwen. Ondernemer Adriaan Kroon lichtte dat plan toe aan de NOS: Met architecten, bouwbedrijven en saneerders willen we het gebied opruimen en een nieuw hoofdstuk inslaan voor de IJmond met woningbouw en natuurgebied.Als Tatasteel failliet zou gaan, zou er ruimte komen voor zo’n 40.000 woningen. Daarmee zou ongeveer tien procent van het huidige tekort kunnen worden opgelost. Het bedrijf zelf zegt echter niets van de plannen te weten en heeft bovendien geen intentie om te vertrekken.

Volt wijst daarnaast op een andere invalshoek: het basisinkomen. Volgens de partij kan dat indirect helpen bij het woningtekort. Voor sommige mensen vormt het huidige toeslagenstelsel namelijk een drempel om te gaan samenwonen. Daardoor blijven zij alleen wonen in huizen die ook voor anderen hard nodig zijn. Monique schetst wat er mogelijk zou veranderen: “Als al 10% van de mensen zou gaan samenwonen, dan heb je zo 10.000 huizen waarin andere mensen kunnen gaan wonen.”

Europees leger: Duitse generaal met Franse soldaten?

Omdat Volt een pan-Europese partij is, vindt zij het logisch dat er ook op defensiegebied meer samenwerking komt. “Wij zijn daar wat radicaler in” zegt Monique . Het idee is om Europa minder afhankelijk te maken van China en de Verenigde Staten. Dat zou beginnen met gezamenlijk materieel inkopen en samen trainen, met als uiteindelijke doel een Europees leger onder leiding van het Europees Parlement. “Wij willen radicaal, maar zelfs radicaal gaat stapje voor stapje” benadrukt Monique. Een punt van zorg blijft de samenwerking met landen als Hongarije en Slowakije, die bekendstaan om hun vriendelijker houding richting Poetin. Of zo’n samenwerking haalbaar is, blijft vooralsnog onbeantwoord.

Naast militaire veiligheid wijst Volt ook op digitale veiligheid. Lokale initiatieven zouden daar een rol in kunnen spelen. Zo richt Campus Fryslân zich sterk op data science, bestuur en veiligheid. Volgens Monique ligt daar veel kennis die ook op nationaal en Europees niveau benut kan worden. Zij wijst erop dat China en Amerika vele malen meer investeren in technologie: een gemiste kans voor Europa. Wel zit er volgens haar een praktisch probleem bij Europese subsidies. “De bureaucratie is groter op Europees niveau” geeft Monique aan. Subsidieaanvragen zijn vaak honderden pagina’s dik. Volt wil dat eenvoudiger maken, zodat subsidies eerlijker en toegankelijker worden. Uiteindelijk, zegt Monique, kan het nodig zijn eerst verbeteringen in Nederland door te voeren, en daarna pas breder in Europa te kijken.

Kunst en cultuur

Naast veiligheid ziet Volt ook kunst, cultuur en media als fundament van de democratie. Zonder makers en vernieuwers kan de democratie niet innoveren, benadrukt Jesse. Cultuur brengt mensen samen, juist nu dat steeds minder vanzelfsprekend is. Volt wil 0,7 procent van het BBP investeren in kunst en cultuur, goed voor ongeveer één miljard euro. Dat roept de vraag op of zo’n bedrag te verantwoorden is. Jesse erkent dat het veel geld is, maar noemt het hard nodig. Volgens hem draagt kunst en cultuur bij aan het behoud van identiteit en aan het gesprek over geschiedenis. Tegelijkertijd blijft de sector kwetsbaar. “Marktwerking in de culturele sector werkt niet” aldus Jesse. Hij waarschuwt dat alleen de grote stromingen overblijven, terwijl juist de kleinere genres belangrijk zijn voor diversiteit en vernieuwing.

Toch is het niet eenvoudig om uit te leggen waarom kleine musea of podia moeten blijven bestaan als er weinig bezoekers zijn. Jesse noemt het voorbeeld van een Groningse technoclub die de deuren moest sluiten. De eigenaar, Chagit Assouline, ziet daarin ook veranderend uitgaansgedrag sinds de pandemie. “Jongeren gedragen zich anders. Ze dansen niet meer zoveel, zijn terughoudender en zitten veel op hun telefoon. Ze maken minder snel een praatje.” Zulke voorbeelden laten zien hoe trends in cultuur invloed hebben op wat er nog te beleven valt. Soms lijkt er daardoor “minder te doen is” in bepaalde genres. Jesse vindt het juist daarom belangrijk dat ook subgroepen steun krijgen. Dat zorgt voor culturele vrijheid, innovatie en ontmoeting. Festivals spelen daarbij een rol: plekken waar je in contact komt met mensen die je anders nooit zou spreken. Daarnaast moet cultuur volgens Jesse betaalbaarder worden. Hij wijst op de hoge ticketprijzen: “Kaartjes van 25 euro zijn gewoon te duur.” Alleen door cultuur toegankelijker te maken, zullen ook nieuwe groepen de waarde ervan leren kennen.

De eindboodschap van zowel Monique als Jesse was, ga stemmen! Het liefst op Volt natuurlijk volgens hun. Maar ook al is het niet op hun, lees je goed in en stem. Daarnaast geeft Jesse ook aan “ga iets nieuws doen, wordt morgen wakker en ik ga een nieuwe stap doen voor een betere toekomst.

 

De volledige aflevering is terug te luisteren via onze uitzending gemist optie. In de volgende aflevering van Leeuwarden Stemt is Maarten Goudzwaard van JA21 in de uitzending. Luister deze aflevering vrijdag 12-09 van 17:00 tot 18:00 op Omroep Leeuwarden.

De samenvatting inclusief video is te bekijken via onze YouTube

 

Deel dit bericht