Twee vuurwerkslachtoffers in Fryslân jonger dan 16 jaar
Van de zestien vuurwerkslachtoffers die met oud en nieuw in Fryslân op de spoedeisende hulp belandden, was één jonger dan 12 jaar. Een ander was tussen de 12 en 15 jaar. Dat blijkt uit ondezoek van VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie.
In totaal waren er in Fryslân zestien vuurwerkslachtoffers die naar de spoedeisende hulp moesten. Dat waren meer dan in de afgelopen jaren. Niet alle slachtoffers kwamen uit Fryslân. Zo behandelt het ziekenhuis in Sneek ook mensen uit de Noordoostpolder.
Landelijk was er sprake van een kleine afname van het aantal vuurwerkslachtoffers op de spoedeisende hulp: van 389 naar 365. In de coronajaren lag het aantal slachtoffers nog veel lager. Toen was er een vuurwerkverbod.
Veel meer slachtoffers bij huisartsenpost
Nog veel meer slachtoffers kwamen bij de huisartsenpost. Landelijk waren dat er 847. Dat is vergelijkbaar met de 864 van een jaarwisseling eerder. Van de slachtoffers bij de huisartsenpost zijn er geen regionale cijfers, dus is het niet bekend hoeveel daarvan in Fryslân waren.
De meeste slachtoffers op de spoedeisende hulpen en bij de huisartsenposten hadden brandwonden (38 procent). Een bijna evengrote groep (34 procent) had oogletsel.
Meer ongelukken met zwaar illegaal vuurwerk
Er waren dit jaar meer ongelukken met zwaar illegaal vuurwerk dan een jaar eerder. Dat ging nu om 29 procent van de gevallen tegenover 22 procent een jaar eerder. Onder zwaar illegaal vuurwerk vallen onder andere mortierbommen, nitraten en cobra’s.
VeiligheidNL
Bij het verzamelen van de gegevens werkt VeiligheidNL samen met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen, InEen (vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, zoals huisartsen) en de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie.



