Spanning in rechtszaal: broers verdacht van grootschalige cybercrime

Spanning in rechtszaal: broers verdacht van grootschalige cybercrime
Illustratieve foto (bron: Pexels)

LEEUWARDEN – “Als ik niks wil zeggen, zeg ik niks,” zegt verdachte Amin A. tegen de rechter. Tijdens de strafzaak tegen hem en zijn broer Abdella A. hangt dinsdag een gespannen sfeer in de rechtbank in Leeuwarden. De broers worden verdacht van grootschalige cybercriminaliteit, waaronder het verhandelen van persoonsgegevens en betrokkenheid bij fraude. Opvallend is dat beide verdachten in een joggingpak, met designertassen, voor de rechter verschijnen.

De broers worden verdacht van vijf strafbare feiten, deels gezamenlijk en deels individueel gepleegd. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) werkten zij samen om kwetsbare groepen te misbruiken via cybercrime. Zo zouden zij grote hoeveelheden persoonsgegevens in bezit hebben gehad, waaronder namen, e-mailadressen en inloggegevens. De jongste broer, de 23-jarige Amin, zou via een Telegram-account genaamd “Kaartservice” deze gegevens hebben aangeboden en verkocht. Op zijn laptop zijn volgens het OM ongeveer 270 zogeheten ‘leadlijsten’ aangetroffen, inclusief instructies voor fraude.

Beide verdachten ontkennen alle beschuldigingen en stellen nergens bij betrokken te zijn. Tijdens het verhoor beroepen zij zich herhaaldelijk op hun zwijgrecht. Wanneer de rechter doorvraagt over specifieke situaties, antwoorden zij meermaals: “Ik maak gebruik van mijn zwijgrecht.” Na tientallen keren deze reactie te hebben gekregen, merkt de voorzitter op dat het voor de rechtbank lastig wordt om rekening te houden met hun persoonlijke omstandigheden als zij blijven zwijgen. Desondanks blijven de verdachten bij hun houding.

Tijdens de zitting bespreekt de rechter meerdere concrete zaken. Zo wordt een slachtoffer genoemd dat benaderd werd met het verhaal dat hij recht had op een belastingteruggave van 10.000 euro. Ook komt een ernstiger feit aan bod, waarbij een slachtoffer door bankfraude in korte tijd 140.000 euro verloor.

Dit slachtoffer, is aanwezig in de rechtszaal en doet zijn verhaal. Hij vertelt dat hij werd gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de fraudedesk van zijn bank. Tijdens dat gesprek gaf hij gegevens door, waarna binnen korte tijd zijn rekening vrijwel leeg was. Hij spreekt van grote financiële schade en geeft aan nog steeds te kampen met depressieve gevoelens.

Op een opvallend moment draait verdachte Abdella A. zich om naar het slachtoffer en zegt: “Ik heb bewondering voor meneer en ik betreur het, maar ik heb hier niks mee te maken.” Het slachtoffer reageert hier niet op.

Daarnaast komt het zogeheten “kind-in-nood”-fraude aan bod. Hierbij zouden duizenden WhatsApp-berichten zijn verstuurd naar ouders, onder meer in Frankrijk. In deze berichten deden de daders zich voor als hun kind, met teksten als: “Dit is mijn nieuwe nummer, ik heb stress papa, ik kan niet in mijn rekening.” Het doel was om ouders geld te laten overmaken. Volgens het OM is Amin hierbij betrokken.

Na de bespreking van alle vijf de feiten komt de officier van justitie met de strafeis. Tegen Amin A. wordt een gevangenisstraf van 36 maanden geëist. Tegen zijn broer Abdella A. wordt 24 maanden cel geëist. Abdella lijkt zichtbaar te schrikken van de eis, terwijl Amin weinig emotie toont.

De advocaten van de verdachten pleiten voor een lagere straf en stellen dat er onvoldoende bewijs is. Zij vragen om (gedeeltelijke) vrijspraak. De advocaat van Amin wijst daarnaast op zijn gezondheid: hij is chronisch ziek en lijdt onder andere aan de ziekte van Crohn.

De rechtbank doet op 16 juni 2026 uitspraak.

Deel dit bericht