Politieke versnippering en lage opkomst: Landelijk patroon duikt ook op in Leeuwarden
De gemeenteraadsverkiezingen staan weer voor de deur. De gemeenteraadsverkiezingen zijn (naast de Europese Verkiezingen) de minst bezochte verkiezingen. Ook al lijkt er een dalende trend in kiezers, er lijkt juist een opkomende trend in het aantal partijen dat meedoet. Deze versplintering kan enerzijds duiden op maatschappelijke interesse, maar ook op politieke ontevredenheid. Ook al komen er steeds minder kiezers, de kiezers die komen stemmen steeds vaker op lokale partijen.
In maart gaan de inwoners opnieuw naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Op de kieslijst staan dit jaar maar liefst vijftien partijen. Dit zijn vijf partijen meer dan in 2022. Die groei kan op twee manieren geïnterpreteerd worden. Enerzijds lijkt het te wijzen op toegenomen politieke betrokkenheid en een behoefte aan meer keuze. Anderzijds kan het ook duiden op verdere versnippering van het politieke landschap. Zo is de opkomst in Kaag en Braassem niet aanmerkelijk lager dan in de rest van Nederland, en doen daar slechts zes partijen mee, waarvan drie lokale.
Het hebben van een volle kieslijst is dus geen garantie voor een hoge opkomst. De cijfers uit de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 benadrukken dit. Ameland had met zes partijen had de hoogste opkomst van het land (70%). Dit terwijl in Almere (waar zestien partijen meededen) slechts 40% van de inwoners kwam stemmen. Het laat zien dat het aantal partijen op zichzelf weinig zegt over de vraag of burgers naar de stembus trekken. De verschillen tussen gemeenten hangen vaak meer samen met sociale structuren dan met het partijaanbod.
In kleinschalige, relatief gesloten gemeenschappen zoals Ameland voelen inwoners de gevolgen van politieke besluiten direct in hun dagelijks leven. Denk aan de dienstregeling van de veerboot, toerisme of natuurbeheer. Die directe betrokkenheid stimuleert mensen om te stemmen. In steden zoals Almere werkt dit anders. De sociale cohesie is laag, inwoners identificeren zich minder sterk met de stad, en veel mensen wonen er zonder dat hun dagelijkse leven zich daar volledig afspeelt; bijvoorbeeld doordat zij in Amsterdam werken. Voor nieuwkomers of mensen met een migratieachtergrond is het soms lastiger zich verbonden te voelen met de lokale politiek. Deze factoren leiden tot minder motivatie om te stemmen.
Waarom stemmen mensen minder?
Onderzoek laat zien dat praktische drempels (zoals de toegankelijkheid van stembureaus), politieke interesse, vertrouwen in de overheid en gevoelens van burgerschap sterkere voorspellers zijn van opkomst dan het aantal partijen dat meedoet aan de verkiezingen. Ook demografische kenmerken spelen een rol: jongeren, praktisch opgeleiden en mensen die weinig vertrouwen hebben dat stemmen helpt, blijven vaker thuis. Eenzaamheid blijkt ook een factor die de betrokkenheid negatief beïnvloedt.
Een tweede trend die de opkomst drukt, is de verschuiving naar rechts op het politieke spectrum, in combinatie met groeiend institutioneel wantrouwen. Recent panelonderzoek in Nederland laat zien dat wanneer kiezers een voorkeur ontwikkelen voor (rechts‑) populistische partijen, hun politieke onvrede in het jaar erna toeneemt. Dit proces werkt ook andersom: bestaande onvrede vergroot de kans op een populistische stem. Die wisselwerking voedt het algemene wantrouwen richting instituties, waaronder de overheid en de wetenschap. Dalend vertrouwen hangt sterk samen met het gevoel dat stemmen weinig zin heeft, waardoor kiezers eerder thuisblijven. Belangrijk is dat dit effect niet alleen indirect via onvrede loopt: een populistische partijvoorkeur verlaagt ook rechtstreeks het vertrouwen in instituties. Dat versterkt het idee dat “de politiek toch niet luistert” en kan dus leiden tot afhakend stemgedrag, vooral aan de rechterzijde waar scepsis richting ‘de elite’ vaker wordt benadrukt.
Lage opkomst in Leeuwarden: bijna op EU‑niveau
Die nationale patronen zijn ook in Leeuwarden zichtbaar. Waar in 1970 nog zo’n 70% van de inwoners stemde, daalde dit in 2022 naar 51%. Daarmee naderen de gemeenteraadsverkiezingen het lage opkomstniveau van de verkiezingen voor het Europees Parlement; verkiezingen die doorgaans minder worden bezocht omdat inwoners zich minder betrokken voelen bij Europese politiek dan bij hun eigen regio.
Opmerkelijk genoeg lukt het de lokale gemeenteraadsverkiezingen dus niet meer om de hoge opkomstcijfers uit het verleden te behalen. Ook het toenemende aantal partijen dat meedoet aan de lokale verkiezingen in Leeuwarden laat zien dat er sprake is van versnippering. Waar dit enerzijds betekent dat mensen zich graag maatschappelijk willen inzetten voor de gemeente, betekent het anderzijds dat er duidelijke onvrede is over de gang van zaken. Deze onvrede kan gedeeltelijk de lagere opkomstcijfers verklaren. De landelijke verschuiving naar rechts en het afnemende vertrouwen in de overheid spelen waarschijnlijk ook in Leeuwarden een rol.
Juist die daling in vertrouwen kan een opening bieden voor een grotere rol van lokale partijen. Er is een lichte stijging te zien in de opkomst van lokale partijen in de gemeente Leeuwarden. Voor 1970 deden er geen lokale partijen mee. Tussen 1970 en 1998 schommelde het percentage lokale partijen tussen de 14% en 20%. Tussen 2002 en 2025 ligt dat percentage tussen de 20% en 33%. De cijfers laten ook zien dat politieke onvrede niet alleen leidt tot meer lokale partijen, maar ook kan zorgen dat meer landelijke partijen zich lokaal gaan profileren. Zo doen dit jaar bijvoorbeeld BBB, JA21 en MERA25 voor het eerst mee.

Historische ontwikkelingen en de huidige positie
Historisch gezien is Leeuwarden een gemeente met een stabiele lokale verkiezingsuitslag. Sinds 1946 won de PvdA vrijwel alle gemeenteraadsverkiezingen, met uitzondering van 2014, toen het CDA de grootste werd. Tot eind jaren ’70 deden vooral landelijke partijen mee, totdat Progressieve Actie Leeuwarden in 1978 als eerste lokale partij zetels won. Later volgden Leefbaar Leeuwarden, Gemeentebelangen Leeuwarden, Lijst058, de FNP en andere initiatieven. Opvallend is dat, terwijl de totale opkomst daalt, het aandeel stemmen op lokale partijen juist stijgt. In 2022 haalden FNP (11%), Gemeentebelangen Leeuwarden (10%) en Lijst058 (8%) samen bijna evenveel stemmen als de grootste partij, PvdA (19%). Dat suggereert dat de kiezers die wél stemmen steeds meer waarde hechten aan lokale politiek. Er is een lichte, maar duidelijke trend, zichtbaar richting meer stemmen op lokale partijen in de afgelopen jaren. In 2006 stemde 11% op een lokale partij; in 2022 was dat 30%. Het percentage stemmen op landelijke partijen daalde in dezelfde periode van 89% naar 70%. Bij de komende verkiezingen doen GroenLinks en PvdA mee onder één lijst. Hoewel dit sommige kiezers zou kunnen afschrikken, haalden deze partijen in 2022 gezamenlijk 36% van de stemmen. Dit is een sterke uitgangspositie voor wederom een eerste plek.
De recente politieke geschiedenis laat echter wel zien dat electorale verrassingen nooit uitgesloten zijn. De BBB‑overwinning bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 maakte duidelijk dat landelijke onvrede lokaal tot grote verschuivingen kan leiden. Zoals benoemd winnen ook in Leeuwarden nieuwe en lokale partijen al jaren langzaam terrein. Vanaf deze verkiezingen gaan Gemeentebelangen Leeuwarden en Lijst058 samen verder als GB058. Samen waren zij in 2022 goed voor 18% van de stemmen. Terwijl de groei van de PvdA de afgelopen jaren afvlakte, zagen zij hun zetels juist toenemen. In een politiek klimaat met dalend vertrouwen in landelijke partijen kan deze fusiepartij hiervan profiteren.
De grote vraag is dan ook: blijft PvdA/GL dominant, of zet de opmars van lokaal georganiseerde politiek door? Hoe de stemmen vallen, zal blijken op 18 maart, maar duidelijk is dat de dynamiek van Leeuwarden sterk verweven is met zowel landelijke als lokale ontwikkelingen.




