Na de dood van Lisa: hoe kijken we in Leeuwarden naar asielzoekers en criminaliteit?
Een Syrische jongen vlucht voor oorlog, verliest onderweg zijn broer en probeert in Leeuwarden een nieuw leven op te bouwen. Tegelijkertijd heeft de recente dood van Lisa de discussie over asielzoekers en criminaliteit opnieuw doen aanwakkeren. Voor de gewelddadige dood van de 17-jarige Lisa uit Abcoude zit een 22-jarige man vast die verbleef in een asielzoekerscentrum. Op straat, op sociale media en in politieke debatten klinkt dezelfde vraag: vormen asielzoekers een veiligheidsprobleem? De meningen zijn vaak scherp en het onderwerp leidt tot toenemende polarisatie. Voor de één zijn vluchtelingen mensen die bescherming zoeken tegen oorlog en geweld. Voor de ander staan zij symbool voor overlast, criminaliteit en een falend migratiebeleid. Wat zeggen de cijfers daadwerkelijk? En hoe ervaren vluchtelingen zelf hun leven in Leeuwarden?
Eerst de cijfers
Van de asielzoekers die in Nederland in een opvanglocatie verblijven, wordt jaarlijks ongeveer 3 procent verdacht van een misdrijf. Dit blijkt uit de gezamenlijke incidentenmonitoren van het COA en het WODC. Omgerekend naar de gemiddelde bezetting van COA-locaties in 2023, ongeveer 53.600 personen, en uitgaande van een percentage van 3,1 procent, gaat het om circa 1.660 personen per jaar. Het percentage lijkt relatief laag, terwijl het absolute aantal van ruim 1.600 verdachten voor sommigen juist hoog kan aanvoelen. De interpretatie van deze cijfers speelt dan ook een belangrijke rol in het maatschappelijke debat over asielzoekers en criminaliteit. Syriërs vormen de grootste groep asielzoekers in Nederland. Dat blijkt uit een onderzoek van de Rijksoverheid (2025) naar de staat van migratie. De Syrische burgeroorlog begon in 2011 en duurde ongeveer veertien jaar. Eind 2024 kwam het regime van Bashar al-Assad ten val. Hoewel de grootschalige oorlog voorbij is, kampt Syrië nog altijd met lokale gevechten, economische problemen en veiligheidsrisico’s. Daarom zoomen we in dit artikel verder in op de ervaringen van Syrische vluchtelingen.
“Ik ben naar Nederland gevlucht”
Radwan Da vluchtte uit Syrië vanwege de oorlog en zocht asiel in Leeuwarden. Tijdens zijn reis verloor hij zijn broer. “Het verlies van mijn broer was erg pijnlijk. Ik ben naar Nederland gevlucht omdat het hier veiliger was.” De overgang van Syrië naar Leeuwarden was voor hem een grote cultuurschok. Met het verdriet om zijn broer en de angst voor de oorlog probeerde hij tegelijkertijd een nieuw leven op te bouwen. Hij verbleef in een COA-opvanglocatie, waar hij positieve ervaringen aan overhield. “De medewerkers van het COA waren gelukkig erg vriendelijk en behandelden ons goed.” Tijdens zijn verblijf deed Radwan mee aan activiteiten en vrijwilligerswerk. Volgens hem droeg dat bij aan zowel zijn eigen ontwikkeling als de sfeer binnen de opvanglocatie. Inmiddels woont hij zelfstandig in Leeuwarden en probeert hij actief deel te nemen aan de samenleving. Radwan ervoer de omstandigheden in de opvang als positief. Volgens het recente onderzoek Wat hen beweegt van Bureau Beke (2025), naar factoren achter overlastgevend en crimineel gedrag van COA-bewoners, kunnen criminaliteit en overlast verschillende oorzaken hebben. Daarbij spelen niet alleen omstandigheden in opvanglocaties een rol, maar ook individuele factoren zoals stress, onzekerheid, trauma’s en psychische problemen. Vanuit zijn eigen ervaring denkt Radwan dat veel mensen geloven dat er veel criminele asielzoekers zijn. “Maar volgens mij zijn er in elk land goede en slechte mensen. Ik ontken niet dat er ook slechte asielzoekers zijn, maar het beeld dat alle vluchtelingen slecht zijn, klopt niet.”
Een andere blik
Een politieagent, wiens naam bekend is bij de redactie maar om privacyredenen niet wordt gepubliceerd, werkte tussen 2002 en 2019 op straat en kwam daarbij in contact met verdachten uit verschillende groepen binnen de samenleving. Volgens hem is het aantal meldingen waarbij asielzoekers betrokken zijn in sommige delen van Nederland toegenomen. Hij noemt voorbeelden als winkeldiefstallen, woninginbraken, auto-inbraken en zedenmisdrijven. De agent ziet verschillen tussen groepen asielzoekers uit verschillende regio’s. Volgens hem spelen verschillen in normen, waarden, cultuur en religieuze achtergrond een rol bij bepaalde vormen van criminaliteit. Tegelijkertijd noemt ook hij factoren als trauma’s, stress en onzekerheid. “Niet alle asielzoekers zijn crimineel. Wat wel klopt, is dat de asielzoekers die betrokken zijn bij criminaliteit veelal afkomstig zijn uit het Midden-Oosten.”
Tussen cijfers en ervaringen
Het debat over asielzoekers en criminaliteit wordt vaak gevoerd op basis van incidenten die veel aandacht krijgen. Dat kan het gevoel versterken dat criminaliteit onder asielzoekers een groot en groeiend probleem is. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat een grote meerderheid van de asielzoekers niet verdacht wordt van een misdrijf. De ervaringen van Radwan tonen een andere kant van het verhaal: die van mensen die oorlog, verlies en onzekerheid achter zich proberen te laten en een nieuw bestaan opbouwen. De ervaringen van de politie laten zien dat er ook reële zorgen bestaan over overlast en criminaliteit binnen een deel van de groep.
Hoe is het om vluchteling in Leeuwarden te zijn? Voor sommigen betekent het veiligheid vinden na oorlog, verlies en een gevaarlijke reis. Voor anderen betekent het leven in onzekerheid, wachten op procedures en omgaan met vooroordelen. Tegelijkertijd bestaat er maatschappelijke onrust over incidenten waarbij asielzoekers betrokken zijn, wat het debat verder op scherp zet. De werkelijkheid blijkt complexer dan de slogans op straat. Criminaliteit onder asielzoekers bestaat, maar geldt voor een minderheid van de groep. Achter de cijfers schuilen mensen met uiteenlopende achtergronden, verhalen en ervaringen. Juist daardoor blijft migratie een onderwerp dat emoties oproept, discussies aanwakkert en de samenleving voor lastige vragen stelt. Wat vaststaat, is dat zowel de zorgen over veiligheid als de menselijke verhalen achter vluchtelingen een plek verdienen in het debat.



