Jong raadslid Thomas Hooft ziet landelijke miljoenen graag landen in Leeuwarden

Jong raadslid Thomas Hooft ziet landelijke miljoenen graag landen in Leeuwarden
Foto: Thomas hooft

Vorige week draaide het in Den Haag om miljarden, begrotingen en landelijke plannen. Maar wat betekenen de plannen van Prinsjesdag voor Leeuwarden? D66-raadslid Thomas Hooft (24), een van de jongste raadsleden van de gemeente, ziet vooral kansen op het gebied van wonen, onderwijs en energie. Tegelijkertijd wil hij zich dichter bij huis inzetten voor onderwerpen die jongeren en kwetsbare inwoners direct raken.

Op 15 september presenteerde het kabinet tijdens Prinsjesdag de plannen voor 2027. Hooft bekeek de Miljoenennota met bijzondere aandacht. Drie onderwerpen sprongen er voor hem uit: onderwijs, wonen en energie. Vooral de investeringen in duurzame energie spreken hem aan. Het kabinet trekt onder meer geld uit voor windenergie op de Noordzee en de infrastructuur die daarvoor nodig is. Hooft ziet daarin niet alleen een klimaatmaatregel, maar ook een manier om Nederland minder afhankelijk te maken van andere landen. „En het belangrijkste is dat het de goedkoopste stroom oplevert voor inwoners van Nederland”, zegt hij.

Landelijke miljarden, Leeuwarder woningen

Ook de woningmarkt krijgt volgens Hooft terecht aandacht. Het kabinet wil 7 miljard euro extra uittrekken om de bouw van betaalbare woningen te versnellen. Daarvan is 2,95 miljard euro bedoeld voor subsidies aan gemeenten. Daarnaast wordt extra geld uitgetrokken voor onder meer woningen voor ouderen. Voor Hooft is de koppeling met Leeuwarden snel gemaakt. Hij wijst niet alleen op nieuwbouw, maar ook op leegstaande panden en de positie van studenten. „In Leeuwarden zijn vorig jaar ook weer studentenkamers verdwenen, en dat terwijl wij als gemeente meer studenten aan willen trekken en hun een fijne studietijd willen bieden.”

„Dat gevoel dat je opeens hebt als je echt je eigen huis hebt. Dat gevoel van vrijheid. Dat zou ik iedereen gunnen.”

Die woningnood kent hij ook vanuit zijn eigen generatie. Hooft ging zelf op zijn zeventiende op kamers. „Dat gevoel dat je opeens hebt als je echt je eigen huis hebt. Dat gevoel van vrijheid. Dat zou ik iedereen gunnen.” Wonen gaat volgens hem bovendien over meer dan alleen het aantal beschikbare huizen. Hooft woonde vijf jaar in een studentenhuis en vertelt over een verhuurder die volgens hem iedere twee weken langskwam om te controleren of het huis netjes was.

Ook zegt hij in die periode duizenden euro’s aan servicekosten te hebben betaald en rekeningen te hebben gekregen voor zaken die niet werden gemaakt. Die ervaring neemt hij mee de gemeenteraad in. Hooft wil onder meer kijken naar de mogelijkheden van een verhuurdersvergunning en de zogenoemde pandenbrigade. „Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de goede verhuurders, die je echt in overgrote mate hebt, helemaal hun ding kunnen doen”, zegt hij, „maar hoe kun je die paar rotte appels er echt uit gaan halen.” Zijn uitgangspunt: „Een huis is fijn, maar het moet ook een prettige thuis zijn voor mensen.”

Onderwijs als ‘grote gelijkmaker’

Ook onderwijs is voor Hooft een belangrijk onderdeel van de Prinsjesdagplannen. Het kabinet trekt vanaf 2027 jaarlijks ruim 500 miljoen euro uit voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast wordt structureel 121 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor School & Omgeving en worden eerdere bezuinigingen op onderzoek deels teruggedraaid. Voor het jonge raadslid raakt dat aan een breder politiek ideaal: kansengelijkheid. „Onderwijs is ook de grote gelijkmaker. Het zorgt voor kansgelijkheid”, zegt Hooft. Basisvaardigheden zijn volgens hem essentieel om zelfstandig mee te kunnen doen. „Ook als je mee wil doen in de maatschappij en je kan je belastingbrief niet lezen, dat is heel moeilijk.”

Dat sluit aan bij een ander onderwerp waar hij zich nadrukkelijk mee bezig wil houden: armoede. Hooft ziet financiële problemen als een beperking van de vrijheid van mensen. Wie weinig geld heeft, heeft volgens hem simpelweg minder mogelijkheden om zelf keuzes te maken.

„Armoede is echt een van de grootste beperkingen van je vrijheid.”

Jong tussen de raadsleden

Met zijn 24 jaar behoort Hooft tot de jongste raadsleden van Leeuwarden. Dat vindt hij juist waardevol. Jongeren zitten volgens hem in een andere levensfase en kijken daardoor soms anders naar onderwerpen dan oudere raadsleden. „Ik denk dat het heel goed is dat er ook steeds meer jonge mensen bij komen”, zegt hij. Zelf wil hij zich niet direct als voorbeeld voor andere jongeren neerzetten. „Ik zou mezelf niet op zo’n voetstuk neerzetten. Maar ik hoop wel dat andere jongeren zien dat het mogelijk is om ook inspraak te hebben.”

Zijn eigen motivatie om politiek actief te worden ontstond onder meer tijdens het lezen van boeken, kranten en berichten op sociale media. Regelmatig zag hij onderwerpen waarvan hij vond dat ze anders konden. Alleen kritiek leveren vanaf de zijlijn vond hij uiteindelijk niet voldoende. „Vanaf de zijlijn schreeuwen is te makkelijk”, zegt Hooft.

„Daarom voel ik heel erg de drang om ook echt daadwerkelijk iets eraan te gaan doen.”

Deel dit bericht