In hoger beroep 6,5 jaar cel voor betrokkenheid bij ‘Teslabranden’
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft woensdag in hoger beroep een 42-jarige man veroordeeld tot zes en een half jaar gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij het tot tweemaal toe in brand steken van de Tesla van curator Cynthia Grondsma in Joure, in het voorjaar van 2018. De curator kwam op voor de belangen van de schuldeisers van de failliete CMS-scheepswerf aan de Greunsweg in Leeuwarden waarvan de 42-jarige man de eigenaar was.
Het tot tweemaal toe in brand steken van de Tesla van curator Cynthia Grondsma zorgde voor een levensgevaarlijke situatie: de auto’s stonden op minder dan een meter van het huis waar de curator en haar kinderen in bed lagen.
De man werd ruim vier jaar geleden door de rechtbank vrijgesproken van betrokkenheid bij de brandstichtingen. Het Openbaar Ministerie (OM) ging in hoger beroep. Het gerechtshof vond dat het onderzoek niet volledig genoeg was geweest en heropende het onderzoek om onder meer twee getuigen alsnog te horen.
Bewijs
Voor het bewijs heeft het hof onder meer gelet op de verklaringen van getuigen, twee medeverdachten, mastgegevens en historische gegevens van diverse telefoons.
Medeverdachte D. was op 21 november 2024 al in hoger beroep veroordeeld tot zes en een half jaar gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de brandstichtingen. Het hof heeft de verklaring van medeverdachte D. dat de eigenaar van de CMS-scheepswerf de opdracht gaf voor de brandstichtingen, betrouwbaar gevonden omdat zijn verklaring onder andere past bij het technisch bewijs in deze zaak en hij ook zijn eigen actieve rol hierbij niet heeft verkleind. Ook is niet gebleken dat D. een motief had om de man valselijk te beschuldigen.
Tijdens het hoger beroep is medeverdachte D. overleden, waardoor hij niet meer door de verdediging ondervraagd kon worden. Toch heeft het hof zijn verklaring gebruikt. Het hof ziet die verklaring namelijk als één van de elkaar ondersteunende verschillende bewijsmiddelen. De verklaring is niet het enige of doorslaggevende bewijs van de tenlastegelegde feiten geweest.
Strafoplegging
Bij de strafoplegging heeft het hof gelet op:
de ernst, de gevaarzetting en het intimiderende karakter van de twee brandstichtingen;
het feit dat het slachtoffer in deze zaak als faillissementscurator werkzaam was;
de rol van verdachte als opdrachtgever.
Omdat de procedure tot aan de einduitspraak te lang heeft geduurd, heeft het hof de door het OM gevorderde gevangenisstraf van zeven jaar gematigd tot zes en een half jaar gevangenisstraf.
Bron: o.a. www.rechtspraak.nl



