COLUMN – Vraagtekens

COLUMN –  Vraagtekens

Samen in één competitie. In 2021–2022 moest het een historische stap worden: België en Nederland zouden eindelijk de handen ineenslaan om één gezamenlijke basketbalcompetitie te vormen. De BNXT League—een naam die moderniteit, ambitie en professionalisering moest uitstralen—zou het basketbal in beide landen naar een hoger plan tillen.

Maar vijf seizoenen later hangen er donkere wolken boven dat gezamenlijke project. De vraagtekens worden groter. De ambities ook. Maar het aantal teams? Dat krimpt.
Van toen naar nu: een dalende lijn
In Nederland kende de eredivisie basketbal in 2004–2005 nog elf ploegen. Het was het seizoen waarin Leeuwarden—destijds Woon! Aris—voor het eerst professioneel basketbal op de kaart zette. Een tijd waarin het basketbal nog altijd een “kleine sport” was, maar wel een met groeiende lokale trots met een groot aantal vrijwilligers.
Toen in 2021 de BNXT League werd geboren, moest dat kleine basketbal broertje eindelijk uitgroeien tot iets groters. Een samenwerking over de grens, meer strijd, meer zichtbaarheid, meer professionaliteit. Den Bosch, Leiden, Groningen en misschien ook Zwolle stonden klaar voor een nieuwe uitdaging. De rest van de Nederlandse clubs moest maar volgen—en zien bij te blijven.
Tien om tien werd… acht om tien
Het ideaalbeeld van tien Nederlandse en tien Belgische teams in één competitie hield niet lang stand. De financiële en organisatorische eisen werden streng, strenger, strengst. Verschillende clubs waarschuwden daarvoor al vroeg dat het veel te veel was.
Amsterdam haakte af. Yoast United moest afhaken toen degradatie zijn intrede deed.
En dit seizoen bleven er nog maar acht Nederlandse clubs over tegenover tien Belgische teams.
De balans—zowel sportief als financieel, schuift helemaal richting het zuiden.
Clubs vallen af
De BNXT League werd verkocht als een impuls voor het basketbal. Een kans om het niveau te verhogen, om de sport aantrekkelijker te maken voor sponsors en media. Maar inmiddels blijkt dat dezelfde professionaliseringseisen de competitie juist uithollen.
Neem Den Helder Suns: ondanks financiële ondergrenzen bleken de aangescherpte licentievoorwaarden—professioneel management, een dure portable vloer, hogere organisatorische standaarden—simpelweg te veel. Een club die jarenlang trouw en met beperkte middelen bleef bouwen aan basketbal in de kop van Noord-Holland, moest nu erkennen dat de stap naar BNXT te groot werd. En zo verdwijnt opnieuw een naam uit de hoogste regionen.
Van de elf Nederlandse teams die ooit op het hoogste niveau uitkwamen, blijven er volgend seizoen nog maar zeven over.
De grote vraag: wie heeft
er winst geboekt?
Is de BNXT League werkelijk een impuls gebleken voor het Nederlandse basketbal?
Of is het vooral Den Bosch, Leiden, Groningen en misschien Zwolle die kunnen profiteren van het hogere niveau en de grotere zichtbaarheid? En wat betekent dit voor clubs die altijd op de rand hebben gebalanceerd, zoals Rotterdam, BAL Weert of LWD Basket? De ambities in Leeuwarden waren en zijn nog steeds groot. Maar kunnen zij—of willen zij—blijven voldoen aan de eisen van een competitie die tegelijk ambitieus én afstandelijk geworden is voor kleinere organisaties?
Vraagtekens die groter worden
De BNXT League had het basketbal moeten versterken. Maar zoals het er nu voorstaat, lijkt de competitie vooral een select gezelschap te belonen dat voldoende middelen heeft om de sprong te maken. Ondertussen blijven vrijwilligersclubs en ook de regionale trots achter.
En dus blijven we zitten met die ene prangende vraag:
Kan een basketbalcompetitie sterker worden als haar fundament—de breedte van de sport—steeds smaller wordt?

Deel dit bericht