Column: de vuilnisbelt van het Wilhelminaplein op zondagochtend
Zondagochtend in Leeuwarden. Terwijl de stad langzaam ontwaakt en de winkels nog gesloten zijn, hangt er een rust. Je hoort alleen het gekwetter van een paar vogels, het geblaf van honden en de voetstappen van fanatieke hardlopers. Het lijkt zo mooi, maar als je beter kijkt en luistert, verandert dit beeld snel. Rechts raast een schoonmaakmachine voorbij en links staat een gemeentemedewerker met een bladblazer. En bij elke stap die je dieper het centrum in loopt, veranderen de schone klinkers onder je in een mix van bakjes, zakjes, bekers en flessen.
Het is geen geheim dat zwerfafval een veelvoorkomend probleem is, niet alleen in Leeuwarden. Wat normaal gesproken een prachtig plein of een schilderachtige gracht is, kan na een nachtje stappen veranderen in een vuilnisbelt. Het gerechtsgebouw in Leeuwarden, een van de mooiste gebouwen in de stad. Normaal een bezienswaardigheid voor vele toeristen. Maar ook de Leeuwarder kijkt er vaak nog even vol bewondering naar als hij voorbij loopt. Jammer genoeg kijk je er op zondagochtend naar vol afschuw. De trap en ingang zijn bedekt met rommel. Deze rommel wordt week op week opgeruimd door de schoonmakers van de gemeente. Als je er dan op een mooie zondagochtend langs loopt groeten deze schoonmakers je altijd vriendelijk, maar ik vraag mij toch af of zij niet elke keer weer teleurgesteld zijn over de enorme bende in de stad.
Afgelopen 2 juli is de gemeente Leeuwarden een nieuwe campagne gestart om zwerfafval in de stad aan te pakken. Het Motto “Zwerfafval, dat pakken we op” is op posters en prullenbakken door de hele stad verspreid. Deze campagne komt voort uit de bewoners-enquete. Deze liet zien dat zwerfafval een van de grooste ergernissen is in Leeuwarden. De campagne wil stimuleren dat mensen hun afval niet zomaar weggooien, maar ook dat anderen die het zwerfaval zien, het oppakken en weggooien. In de gemeente Leeuwarden zijn er zelfs meer dan 300 vrijwilligers die rommel van anderen opruimen. Deze vrijwilligers hebben bij de gemeente een gratis grijper, afvalzakken en handschoenen opgehaald. Het is natuurlijk bewonderenswaardig dat mensen de troep van anderen willen opruimen; maar is het niet belachelijk dat zij op zondagochtend hun bed uit moeten om de stad schoon te maken? Terwijl ze rotzooimakers nog lekker in hun bed liggen met een groot glas water en paracetamollen op het nachtkastje?
Een vraag die bij velen waarschijnlijk opkomt is: waarom laten jongeren hun afval op straat liggen? Zij weten heel goed dat het niet hoort, maar het gebeurt toch. Groepsdruk speelt vaak een grote rol; het lijkt “stoer” om je afval te laten vallen. Maar “braaf” op zoek naar een prullenbak hoort er niet bij. Vaak denken jongeren ook dat iemand anders, de gemeente bijvoorbeeld, het wel voor hun opruimt. En zeker na een paar alcoholische drankjes is de link tussen dat patatbakje en natuurvervuiling helemaal ver te zoeken. Een recent landelijk onderzoek laat zien dat 57% van de jongeren wel eens zwerfafval achterlaat. Wanneer ze worden aangesproken zijn hun excuses vaak: “ Dat blikje is niet van mij”, of “Maar hij gooide het ook op straat”. En dan is er nog een bekende: “De prullenbak is vol”. Maar is dat wel écht een smoes? Wie zaterdagavond door de stad loopt, ziet dat de prullenbakken overvol zijn. En wie steekt er nou een vies bakje met mayonaise in zijn jaszak om het thuis weg te gooien. En eerlijk is eerlijk, wij mogen best verwachten van jongeren dat zij naar een prullenbak lopen om iets weg te gooien. Maar moeten wij verwachten dat zij na een avondje stappen het hele centrum door lopen om een lege prullenbak te zoeken? De horecazaken voldoen aan hun verplichting met een prullenbak voor de zaak. Maar voldoet de gemeente wel aan haar verplichting met genoeg prullenbakken in het centrum? Zou de gemeente niet, in plaats van op zondagochtend schoonmaakteams de stad in te sturen, beter op zaterdagavond extra prullenbakken door in de stad kunnen verspreiden?
Het is een tweezijdig probleem, dat is duidelijk. Maar een oplossing hiervoor lijkt nog niet in zicht. Laten we tot die tijd proberen onze rommel netjes weg te gooien, ook al heb je na dat ene biertje teveel daar écht geen zin in. Maar laten we vooral dankbaar zijn voor de medewerkers die elke zondagochtend, met of zonder zin, onze troep weer opruimen.




