Bloeiweek moet meer zijn dan een week vol activiteiten: ‘Bewoners moeten elkaar blijven vinden’

Bloeiweek moet meer zijn dan een week vol activiteiten: ‘Bewoners moeten elkaar blijven vinden’

Van sport en natuur tot muziek, handwerk en vintage: tijdens de Bloeiweek staat de Leeuwarder binnenstad een week lang in het teken van gezondheid, duurzaamheid en ontmoeting. De activiteiten verschillen behoorlijk van elkaar, maar hebben één gedachte gemeen: mensen bij elkaar brengen en ervoor zorgen dat bewoners elkaar ook daarna makkelijker weten te vinden.

Van 31 augustus tot en met 6 september kunnen bewoners op verschillende plekken in de binnenstad aansluiten bij activiteiten. Het programma loopt uiteen van zingen, schaken en breien tot natuurwandelingen, sporten en een vintagemarkt.

Het Wijkpanel Binnenstad ondersteunt de Bloeiweek met communicatie en een financiële bijdrage. Voor voorzitter Otto de Jong zit het succes van de week niet alleen in het aantal mensen dat op de activiteiten afkomt. Hij hoopt vooral dat bewoners elkaar ontmoeten en vervolgens makkelijker weten te vinden.

Dat hoeft volgens hem niet meteen tot een nieuw groot initiatief te leiden. Als bewoners na de Bloeiweek met elkaar verder praten over ideeën voor hun buurt, bijvoorbeeld over een koffiemoment, een geveltuin of het verbeteren en schoonhouden van de straat, is er volgens De Jong al iets in beweging gezet.

Zingen zonder bladmuziek

Een van de activiteiten tijdens de Bloeiweek is Kom zingen in het Park! van Amarins Woltring. Het initiatief is onderdeel van Over de Drempel, een programma waarin cultuurmakers en maatschappelijke initiatieven mensen bij elkaar brengen rond het thema eenzaamheid.

Woltring begon in 2024 met het project en organiseert sindsdien regelmatig gezamenlijke zangmomenten. Tijdens de Bloeiweek sluit ze met haar activiteit aan bij het thema ontmoeting. Het doel is eenvoudig: samen zingend het weekend beginnen en daarbij ook mensen ontmoeten die je nog niet kent.

De drempel om mee te doen probeert Woltring bewust zo laag mogelijk te maken. De deelnemers zingen buiten en hoeven dus niet eerst een gebouw binnen te stappen. Ook wordt niet met bladmuziek gewerkt. Met ritme-oefeningen en bodyclapping probeert ze mensen eerst op hun gemak te stellen.

Juist zingen kan volgens Woltring spannend zijn. Mensen zeggen bijvoorbeeld dat ze niet muzikaal zijn of niet kunnen zingen. Met je stem laat je bovendien iets van jezelf horen. Juist wanneer al die verschillende stemmen vervolgens samenkomen, ontstaat volgens haar iets gezamenlijks.

Woltring ziet dat deelnemers vaker terugkomen. Tijdens de workshops merkt ze bovendien dat mensen die elkaar nog niet kennen met elkaar in contact komen.

Soms maakt het zingen op een heel andere manier iets los. Woltring vertelt over iemand voor wie zingen lange tijd niet lukte door een blokkade. Na een van de workshops kreeg ze te horen: ‘Ik kan weer zingen.’

Voor Woltring gaat de gedachte achter de Bloeiweek bovendien verder dan mensen die al lange tijd in Leeuwarden wonen. Ook internationale studenten en inwoners met verschillende achtergronden behoren volgens haar tot de Leeuwarder mienskip. Bij haar zangmomenten komen verschillende nationaliteiten samen. Juist door gezamenlijk iets te doen, kunnen mensen zich volgens haar meer verbonden voelen met de stad.

Vintage als onderdeel van de Bloeiweek

Op een heel andere manier probeert ook de Vintagemarket mensen bij elkaar te brengen. Maarten Dikken organiseert de markt samen met andere betrokkenen. Maanden van tevoren begint de voorbereiding, van het zoeken naar standhouders en passende muziek tot alles wat nodig is om de Berlikumermarkt, Groentemarkt, Kelders en Over de Kelders voor een middag te vullen met vintage kleding en accessoires.

Duurzaamheid is een belangrijke reden om de markt onderdeel te laten zijn van de Bloeiweek. Kleding en andere spullen die nog goed zijn, krijgen een tweede leven. Dikken wil bezoekers daarmee ook bewustmaken van hergebruik en circulariteit. „We hebben zoveel mooie spullen in de wereld”, zegt hij.

Tegelijkertijd draait de markt volgens hem om meer dan spullen kopen. Achter de kramen staan ondernemers, bewoners en verzamelaars uit Leeuwarden en de regio. Bezoekers komen kijken, blijven hangen bij de muziek of op de omliggende terrassen en raken met elkaar aan de praat.

Ook internationale studenten weten de markt volgens Dikken te vinden. Zij komen soms met weinig spullen naar Leeuwarden en kunnen er hun kledingkast aanvullen. Zo komen studenten, inwoners en ondernemers op dezelfde plek samen.

Die onderlinge betrokkenheid ziet Dikken ook tussen ondernemers. Zo is een stand aangeboden aan de eigenaren van een Italiaans restaurant in de binnenstad dat eerder dit jaar door brand werd getroffen. Op de markt zullen zij vanuit de stand verschillende Italiaanse zoetigheden, dolci, aanbieden.

Voor Dikken zit het succes ook in wat er daarna gebeurt. Als mensen maanden later nog met elkaar praten over de markt, de sfeer of wat ze daar hebben meegemaakt, zorgt ook die gedeelde ervaring volgens hem voor verbinding. Hij hoopt dat die sfeer bij een volgende Vintagemarket opnieuw ontstaat.

Wat blijft erover na die week?

Dat is uiteindelijk ook de vraag die achter de Bloeiweek zit. Een week lang activiteiten organiseren kan mensen bij elkaar brengen, maar het Wijkpanel Binnenstad hoopt dat het daar niet bij blijft.

De Jong ziet de week als een kans om bewoners te prikkelen na te denken over hun eigen omgeving. Het wijkpanel juicht initiatieven van bewoners toe en probeert mensen daarbij met elkaar in contact te brengen. Tijdens de Bloeiweek organiseert het panel op donderdag 3 september daarom ook een eigen wijkbijeenkomst.

Of uit één week daadwerkelijk nieuwe contacten, ideeën en samenwerkingen voortkomen, zal pas later blijken. Voor De Jong zit het succes vooral in wat daarna gebeurt: dat bewoners elkaar weten te vinden, met elkaar in gesprek blijven en misschien samen besluiten iets voor hun straat of buurt te doen.

Deel dit bericht