Weinig wespen gezien deze zomer? Telling moet uitwijzen hoe het ervoor staat
Wie deze zomer weinig wespen ziet, is niet de enige. Op verschillende plekken in Nederland valt op dat er minder wespen lijken te zijn dan in andere jaren. Toch is het nog te vroeg om te spreken van een slecht wespenjaar. De Nationale Wespentelling moet de komende weken meer inzicht geven in de aanwezigheid en verspreiding van verschillende wespensoorten in Nederland.
De vraag of 2026 een slecht wespenjaar wordt, lijkt daarmee opnieuw actueel. Volgens de Wespenstichting zijn er overeenkomsten met 2024, toen op verschillende plaatsen eveneens relatief weinig wespen werden gezien.
„Zowel dit jaar als in 2024 kregen we op veel plekken in Nederland te maken met langdurige en heftige regenval en een aantal extreem warme dagen”, zegt voorzitter Sjoert Fleurke van de Wespenstichting. Volgens hem kan vooral veel regen in de beginfase van een wespennest grote gevolgen hebben.
Weer speelt mogelijk een rol
Niet alleen regen, maar ook langdurige hitte kan volgens de stichting invloed hebben op wespen. Door droogte is er minder nectar beschikbaar en kunnen er minder andere insecten zijn die als voedsel dienen. Bij extreem hoge temperaturen kunnen nesten bovendien oververhit raken.
Dat betekent echter niet dat er overal weinig wespen zijn. De Wespenstichting zegt juist veel meldingen te krijgen van mensen die meerdere nesten in of rond hun woning aantreffen.
„Onze helpdesk is drukker dan ooit”, zegt Fleurke. Volgens hem zijn er inmiddels meerdere gevallen bekend waarbij mensen drie of meer nesten in of rond hun huis hebben.
Daarmee ontstaat een wisselend beeld. Het aantal meldingen van nesten zegt bovendien niet direct iets over de totale hoeveelheid wespen in Nederland. Betrouwbare landelijke cijfers over de omvang van de Nederlandse wespenpopulatie ontbreken.
Niet iedere wesp zorgt voor overlast
Bij wespen wordt vaak gedacht aan insecten die tijdens warme dagen op eten en drinken afkomen. Dat beeld geldt volgens de Wespenstichting echter maar voor een klein deel van de soorten.
In Nederland komen zestien sociale wespensoorten voor. De gewone wesp en de Duitse wesp zijn de bekende soorten die in de zomer regelmatig rond terrassen en afvalbakken worden gezien. Daarnaast zijn er verschillende andere sociale en solitaire wespen die een veel minder opvallende rol spelen.
„Niemand hoeft alle zestien soorten uit het hoofd te leren voor de wespentelling”, zegt woordvoerder Nathan Veenstra van de Wespenstichting. Voor de telling zijn verschillende soorten en kenmerken op een telformulier terug te vinden.
Ook de geelpoothoornaar wordt inmiddels in de telling meegenomen. Deze uitheemse soort heeft zich in delen van Europa gevestigd en wordt in Nederland steeds vaker waargenomen. De soort kan bovendien worden verward met inheemse wespen.
Nationale Wespentelling
De Nationale Wespentelling vindt dit jaar plaats van zaterdag 15 tot en met zondag 23 augustus. Deelnemers houden gedurende dertig minuten bij welke wespen en op wespen lijkende insecten op een bepaalde plek worden gezien.
De telling wordt sinds 2022 georganiseerd. De verzamelde gegevens moeten vooral een beeld geven van de verspreiding van verschillende soorten en de verhouding tussen de soorten.
De resultaten geven volgens de Wespenstichting geen exacte meting van de totale Nederlandse wespenpopulatie. Het gaat om burgerwetenschap, waarbij waarnemingen van deelnemers worden verzameld.
Daarmee kan de telling wel helpen om ontwikkelingen in de komende jaren beter te volgen. Of 2026 uiteindelijk daadwerkelijk een slecht wespenjaar blijkt te zijn, is op dit moment nog niet vast te stellen.
Wespenjaar nog niet te beoordelen
Dat er op sommige plekken opvallend weinig wespen worden gezien, betekent dus niet automatisch dat de Nederlandse wespenstand sterk is afgenomen. Lokale verschillen, het weer en de omstandigheden waarin nesten zich ontwikkelen kunnen een rol spelen.
De komende telling moet daarom vooral meer gegevens opleveren. Pas wanneer de resultaten over meerdere jaren met elkaar kunnen worden vergeleken, ontstaat mogelijk een duidelijker beeld van de ontwikkeling van de wespenstand in Nederland.



