Column: Wanneer ben je de beste?

Column: Wanneer ben je de beste?

Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar in het kaatsen blijkt die lastig. Misschien moet eerst een andere vraag worden gesteld: ben je de beste, of ben je de succesvolste?

Taeke Triemstra staat tegenwoordig fier bovenaan het individuele klassement aller tijden. Met 938 punten heeft hij afstand genomen van Piet Jetze Faber (885 punten) en Hotze Schuil (876 punten). Een indrukwekkende prestatie.
Maar maakt dat hem automatisch de beste kaatser aller tijden?
Kijken we naar de PC, dan wordt het verhaal al ingewikkelder. Triemstra verscheen 25 keer op het Sjûkelân, verzamelde 38 punten, won zes keer de PC en werd eenmaal koning. Hotze Schuil stond 26 keer op het Sjûkelân, verzamelde één punt minder, won eveneens zes keer de PC, maar mocht driemaal de koningsbal in ontvangst nemen. En dan is er Piet Jetze Faber. Acht keer winnaar van de PC. Daarnaast vier koningschappen en 35 punten in het PC-klassement.
Wie van de drie is dan de beste?
Degene met de meeste punten? De meeste overwinningen? De meeste koningsballen? Om het nog lastiger te maken: de heren speelden niet eens dezelfde sport. Ja, officieel wel. Maar in de praktijk?
Hotze Schuil kaatste vanaf de jaren veertig tot in de jaren zeventig. Met de blote hand of een eenvoudig leren handschoentje dat de naam kaatswant kreeg. Op sokken. In een lange broek. Met een leren bal. Trainingen of trainingsschema’s? Een sportarts was destijds ongeveer net zo zeldzaam als een VAR in het kaatsen.
Piet Jetze Faber beleefde zijn carrière tussen 1973 en 1992. Hij maakte de overgang mee van sokken naar schoenen. De bal veranderde. De kaatswant ontwikkelde zich verder en de beruchte nap deed zijn intrede.
Triemstra speelde vervolgens in een tijdperk van moderne materialen, uitgekiende trainingsprogramma’s, fysiotherapeuten, sportartsen, videobeelden en voedingsschema’s. Als een spier protesteerde, stond er een specialist klaar.
Bingo
En alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg is, komt ook de KNKB met spelregels die het debat verder vertroebelen. Neem de vrije formatiewedstrijden. Daar spelen de besten met de besten. Dat voelt eerlijk. Daar wordt het kaf van het koren gescheiden. Maar dan zijn er ook nog de wedstrijden met door-elkaar-loten. Ook bij de afdeling parturen speelt dat een rol. En daar komt de bingomolen in beeld.
Loot je twee topmaten, of ben je geboren in een dorp met top kaatsers, dan stijgen je kansen op punten aanzienlijk. Loot je een paar mindere maten, of geboren in een dorp met mindere maten, dan kun je na één omloop alweer douchen. De vraag dringt zich dan ook op: ben je aan het eind van het seizoen de beste kaatser, of had je simpelweg de warmste bingobal?
Spelers vervangen
Nog opmerkelijker wordt het, toegestaan volgens de KNKB-regelementen, wanneer spelers tijdens een wedstrijd worden vervangen. Bij blessures valt daar prima iets voor te zeggen. Maar wanneer een speler wordt ingewisseld omdat er toevallig een betere beschikbaar is, wordt het een ander verhaal.
In Kimswerd zagen we daarvan weer een voorbeeld. Martijn Olijnsma begon als invaller, maar maakte, volgens afspraak, na één omloop plaats voor Rick Minnesma. Niet vanwege een blessure. Niet omdat hij niet meer kon. Maar omdat de winkansen van Marten Bergsma en Erwin Zijlstra daarmee groter werden.
En dat werkte.
Minnesma pakte drie punten (van 55 naar 58) en naderde de jaarlijks klassementsleider Tjisse Steenstra (59) tot op één schamel punt. Voor Minnesma uitstekende business. Voor Steenstra iets minder.
Wie wordt hierdoor beloond? De beste kaatser? Of degene die op het juiste moment het juiste bingo papiertje aankruist?
De eindvraag
Uiteindelijk blijft dezelfde vraag boven de markt hangen. Wie is de beste?
Hotze Schuil, die met minimale middelen prestaties neerzette die generaties lang onaantastbaar leken? Piet Jetze Faber, de man van acht PC-zeges? Of Taeke Triemstra, de recordhouder van het eeuwige puntenklassement?
Een sluitend antwoord bestaat er waarschijnlijk niet. Misschien kunnen we daarom beter onderscheid maken tussen “de beste” en “de meest succesvolle”. Want als geluk bij loting, de plaats waar je woont, wissels onderweg en veranderende materialen allemaal meetellen, dan lijkt het soms alsof het jaarklassement niet op het kaatsveld wordt beslist, maar tijdens een goed georganiseerde bingoavond.
En dan wint altijd degene met het juiste nummer.

Deel dit bericht