Open Monumentendag Leeuwarden deel 1: De oude zorginstellingen van de stad
Auteur: Arnold Vreeken
Zaterdag 13 september vond de Open Monumentendag plaats in Leeuwarden. Het thema met zorg bewaard sloot op twee manieren goed aan bij de monumenten in Leeuwarden. Aan de ene kant worden deze monumenten met zorg bewaard. Aan de andere kant zijn vele monumenten in Leeuwarden die zich zaterdag openstelde op een manier verbonden aan zorg en welzijn. Denk bijvoorbeeld aan het oude kinderziekenhuis, of stadsweeshuis. In Leeuwarden deden zaterdag 15 monumenten mee. In het eerste deel van deze serie worden de Rijksmonumenten met een zorgfunctie uitgelicht.
Auck Petershuis
locatie: Nieuwestad 108
bouwjaar: 1824
voormalige functie: weeshuis

Tussen de winkels van de Nieuwestad, waar dagelijks zoveel Leeuwarders langs lopen, staat een huis dat meteen opvalt doordat het geen winkelpui heeft: het Auck Petershuis. Achter de brede, statige gevel gaat een interieur schuil dat nog altijd indruk maakt. Ruime zalen met schilderijen uit de 17de, 18de en 19de eeuw, kroonluchters en een 17de eeuwse Fries monumentale eikenhouten kast herinneren aan de tijden dat hier de elite van Leeuwarden woonde. Later vestigde het het Old Burger Weeshuis zich hier. Het pand kreeg zijn huidige vorm in 1849, toen Rinske Heringa Cats twee oudere huizen liet samenvoegen. In 1858 gaf jonkheer Frans Julius Johan van Eysinga het huis de allure die het nu nog steeds heeft. Van 1946 tot 1974 bood het onderdak aan wezen en sindsdien kreeg het verschillende functies. Rond 2000 volgde een grote restauratie waarbij ook de tuin in Franse stijl werd hersteld. Die tuin is vanaf de straat aan de achterzijde altijd te bekijken en vormt met zijn oude beuk en nieuwe beplanting een stille tegenhanger van de drukke Nieuwestad. Het Auck Petershuis is tegenwoordig eigendom van een stichting. Het pand wordt zorgvuldig onderhouden, maar het lukt de stichting niet om voldoende personeel te vinden om de deuren regelmatig te openen voor het publiek. De indruk wordt gewekt dat de stichting ook onvoldoende interesse lijkt te hebben om het Rijksmonument vaker open te stellen voor het publiek. Daardoor blijft dit bijzondere huis, met zijn rijke interieur en diepe tuin, voor de meeste voorbijgangers een verborgen wereld midden in de stad.
Stadsarmhuis
locatie: Harniasteeg 47
bouwjaar: 1879 – 1881
voormalige functie: opvang/ verzorging van armen

Veel (jonge) Leeuwarders kennen de Haniasteeg vooral van de kleurrijke graffiti muren naast poppodium Neushoorn. Wie iets verder kijkt, ontdekt in dezelfde steeg echter een monument van heel andere orde: het Stadsarmhuis. Het gebouw werd tussen 1879 en 1881 ontworpen door stadsbouwmeester Thomas Romein en bood onderdak aan armen, ouderen en verlaten kinderen. Het statige complex, gebouwd in sobere neoclassicistische stijl, ademt nog altijd de sfeer van zorg en solidariteit. Achter de ingetogen gevels bevinden zich originele details zoals schoorsteenmantels en trapbalusters, die herinneren aan het leven van vroeger. In 1985 kreeg het gebouw een nieuwe bestemming met woningen en werkateliers, waardoor het opnieuw een plek van samenleven en creativiteit werd. Zo blijft het Stadsarmhuis een bijzonder onderdeel van de Leeuwarder binnenstad.
Aanloophuis
locatie: Bagijnestraat 36
bouwjaar: 1851
voormalige functie: Aanloophuis daklozen weekend

Parallel aan de Nieuwestad, midden in onze binnenstad, staat het Aanloophuis. Het pand kent een lange geschiedenis: de huidige gevel stamt uit 1851, toen Lodewijk Anna Rinze Jetzes de Vries Feyens de eerste steen legde. Oorspronkelijk hoorde het gebouw bij een groter woonhuis aan de Nieuwestad en deed het dienst als stal, wagenhuis en broeikas. Sinds 1983 is hier het Aanloophuis van de Kerken gevestigd, een initiatief van evangelisatiepredikant Gerlof van der Berg. Hij zag hoe dakloze en eenzame mensen in de weekenden zonder plek rondzwierven en vond dat de kerken hun opvang en aandacht moesten bieden. Tien kerken uit Leeuwarden dragen sindsdien gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het huis. Nog altijd biedt het Aanloophuis een warme plek met een luisterend oor, een maaltijd of schone kleding voor iedereen die dat nodig heeft. Tijdens Open Monumentendag was het Aanloophuis dan ook enkel tot 13.00 uur geopend. Daarmee is het pand niet alleen een tastbaar stukje negentiende-eeuwse stadsgeschiedenis, maar ook een plek met een blijvende maatschappelijke betekenis.
Heer Ivohuis
locatie: Grote Kerkstraat 7
bouwjaar: 15e eeuw of eerder
voormalige functie: weehuis voor jongens

Tegenover de Oldehove staat het Heer Ivohuis. Voor Leeuwarders een bekende naam, alhoewel het ook bekend staan als de Hofdame. Achter de statige gevel gaat een rijke geschiedenis schuil die teruggaat tot in ieder geval de vijftiende eeuw. Het pand is genoemd naar de Heer Ivo, pastoor van de Sint Vituskerk op de Oldehoveterp. Hij overleed in 1581, een jaar nadat Leeuwarden van het katholieke op het protestantse geloof was overgegaan. Lange tijd deed het gebouw dienst als weeshuis voor jongens, gewijd aan de heilige Ivo, beschermheilige van wezen en armen. Het Heer Ivohuis kende door de eeuwen heen opmerkelijke bewoners. Zo woonde er Hendrik van Hambroick, kamerheer van Maria Louise van Hessen-Kassel, beter bekend als Marijke Meu. Een andere bewoner was Philip Hendrik Neering Bögel, die in 1793 naar de Verenigde Staten vluchtte nadat hij zich had schuldig gemaakt aan ‘landsdieverij’. Daar bouwde hij onder de naam Philip Hendrik Nering Bögel een nieuw leven op en groeide hij uit tot een van de grondleggers van de staat Texas, waar zijn naam nog altijd voortleeft. Het pand werd in de achttiende eeuw ingrijpend verbouwd en kreeg later, rond 1880, een meer neorenaissance uitstraling. Binnen zijn nog altijd fraaie details te vinden, zoals glas-in-loodramen en houten trappen, die herinneren aan de zorgfunctie van het huis. Zo vertelt het Heer Ivohuis niet meerdere verhalen, waaronder een verbinding met een bredere, internationale geschiedenis.
De Hofwijck
locatie: Grote Kerkstraat 20
bouwjaar: 1930
voormalige functie: Rusthuis (eerder Middeleeuwse toren)
De Hofwijck aan de Grote Kerkstraat werd in 1930-1931 gebouwd als rusthuis voor de Diaconie van de Nederlands Hervormde Gemeente, naar ontwerp van architect Johannes Boonstra in de stijl van de Amsterdamse School. Onder het pand bevinden zich nog de kelders van de zestiende-eeuwse Holdinga stins (middeleeuwse toren), die later dienst deed als Friese muntplaats. Na een brand en meerdere verbouwingen kreeg het gebouw in 1987 een nieuwe bestemming als appartementencomplex, dat in 2025 opnieuw grondig werd gerenoveerd. Zo verenigt De Hofwijck moderne architectuur met eeuwenoude resten van de stadsgeschiedenis van Leeuwarden.
Nieuwe Stads Weeshuis
locatie: Schoenmakersperk 2
bouwjaar: 1675 – 1676
voormalige functie: weeshuis

Veel Leeuwarders zullen het pand aan het Schoenmakersperk tegenwoordig kennen als het Natuurmuseum Fryslân. Ooit had het echter een heel andere functie: het Nieuwe Stads Weeshuis. Toen het Old Burger Weeshuis zich in de zeventiende eeuw terugtrok uit de stedelijke armenzorg, besloot het stadsbestuur een nieuw weeshuis te stichten. Op de plek van het voormalige Pesthuis verrees in 1675 een carrévormig gebouw rond een binnenplein, dat een jaar later plechtig werd ingewijd als het Nieuwe Stads Weeshuis. De hoofdingang lag aan de zijde van de Grote of Jacobijnerkerk, met een zandstenen poort waarin het stadswapen is opgenomen. In 1884 werd de westvleugel aan het Schoenmakersperk grondig verbouwd door architect Arnoldus Teunis van Wijngaarden, die de gevel een rijk gedetailleerde neo-maniëristische uitstraling gaf. Daarin zijn zowel het jaartal 1675 als de naam Baljee te lezen, verwijzend naar een voormalig wees die later rijkdom verwierf in Nederlands-Indië en het weeshuis een aanzienlijke som naliet. Na zware brandschade in 1980 en 1983 volgde een ingrijpende restauratie, waarbij de hoofdingang naar het Schoenmakersperk werd verplaatst en het binnenplein een glazen overkapping kreeg. Sindsdien huisvest het gebouw het Natuurmuseum, waardoor het monument zijn maatschappelijke betekenis in de stad heeft behouden.
Diakonessenhuis
locatie: Noordersingel 88
bouwjaar: 1891 – 1894
voormalige functie: ziekenhuis

Het gebouw aan de Noordersingel 88 zullen veel Leeuwarders nog goed kennen, niet alleen van de aanblik langs de Singel, maar ook uit eigen ervaring: velen zijn er geboren of kwamen er als patiënt of bezoeker. De oorsprong van het Diakonessenhuis gaat terug tot 1879, toen zendeling Mattheus Teffer een huis in de Bagijnestraat inrichtte als klein, protestants-christelijk ziekenhuis. Na een korte periode aan de Voorstreek verhuisde het ziekenhuis in 1894 naar de Noordersingel, waar architect Willem Cornelis de Groot een modern complex ontwierp in rijke neoclassicistische stijl, met tuinen van Gerrit Vlaskamp. Het Burgerziekenhuis in Amsterdam, gebouwd in 1891, diende daarbij als voorbeeld. In de loop van de twintigste eeuw groeide het Diakonessenhuis gestaag en raakte het ingeklemd tussen de omliggende straten. In 1983 werd het onderdeel van het Medisch Centrum Leeuwarden, en in 1987 sloot het zijn deuren. Sinds de verbouwing in 1988 doet het dienst als appartementen, maar voor veel Leeuwarders blijft het vooral het ziekenhuis waar zij ooit zelf binnenkwamen.
Zusterhuis
locatie: Noordersingel 84
bouwjaar: 1893
voormalige functie: woonhuis, later zusterhuis

Aan de Noordersingel, vlak naast het voormalige Diakonessenhuis, staat het herenhuis op nummer 84. Samen met nummer 82 vormt het een geheel. Het is gebouwd in 1893 in opdracht van Theodorus Bekman (nr. 84) en Schelto Schilderman en Marten Meijer (nr. 82). De dubbele woning is ontworpen in de destijds populaire Hollandse neorenaissancestijl. Opvallend detail is het ovale dakvenster van nr. 84, een zogenoemd oeil de boeuf of ossenoog. In 1923 werd het pand aangekocht door het naastgelegen Diakonessenhuis, dat de begane grond inrichtte als recreatieruimte en bibliotheek voor de zusters, terwijl de bovenverdiepingen dienst deden als slaapvertrekken. Rond 1970 volgde een verbouwing waarbij bestuurskamers en opslagruimte werden toegevoegd. Na de sluiting van het ziekenhuis in 1987 kwam het huis weer op de markt en kende het tijdelijk functies als kantoor en adviesbureau. Tegenwoordig doet het opnieuw dienst als woonhuis, waarmee het na een eeuw vol ziekenhuisgeschiedenis zijn oorspronkelijke bestemming heeft hervonden.
Woongroep de Gouden Bal
locatie: Diakonessenpark 1-41
bouwjaar: 1930
voormalige functie: uitbreiding Diakonessenhuis

Woongroep De Gouden Bal is gevestigd in een gebouw dat in de jaren dertig werd toegevoegd aan het toenmalige Diakonessenhuis. Het ontwerp was van de Haagse architecten Hayo Hoekstra en Gerrit Westerhout, die beide landelijke bekendheid verwierven met grote, vooruitstrevende projecten. In een sobere variant van de Amsterdamse Schoolstijl kreeg het complex functies als verpleeg- en operatieafdeling, wasserij, keuken en eetzaal voor de zusters, terwijl de ziekenzalen uitzicht boden op de tuin en de Noordersingel. Na de sluiting van het ziekenhuis in 1987 ontstond het plan om het karakteristieke gebouw te behouden en een nieuwe woonvorm te realiseren. Samen met woningstichting Beter Wonen en architect Friso ten Holt werd het complex herbestemd tot woongroep, die in 1992 officieel werd geopend met 21 appartementen en een gezamenlijke ontmoetingsruimte, de Tefferzaal, genoemd naar de oprichter van het Diakonessenhuis. De naam De Gouden Bal verwijst naar de gelijknamige herberg die ooit aan de Noordersingel stond, waar in de winter hardrijderijen werden georganiseerd met een gouden bal als prijs. Sinds 1949 organiseert de Nieuwe Leeuwarder IJsclub, wanneer het ijs sterk genoeg is, hardrijderijen voor vrouwen op de Noorderstadsgracht met als prijs een gouden bal.
Kinderziekenhuis
locatie: Nelson Mandelaplein 2-52
bouwjaar: 1958 – 1961
voormalige functie: kinderziekenhuis

Een van de grootste uitbreidingen van het Diakonessenhuis was de bouw van het kinderziekenhuis, waarmee in 1958 werd begonnen. De eerste steen werd gelegd door de tweelingzusjes Tjitske en Folkje de Vries, die vier jaar eerder wereldnieuws waren geworden. Geboren als Siamese tweeling werden zij in 1954 in het Diakonessenhuis met succes van elkaar gescheiden door een team onder leiding van dokter Straat; een operatie die internationaal de aandacht trok en gezien werd als een medische prestatie van formaat. Het nieuwe gebouw, ontworpen door architect Gerardus Albertus Heldoorn, verrees na drie jaar bouwen met behulp van maar liefst 300 heipalen, 1,15 miljoen bakstenen en 3700 m² glas. Het vijf verdiepingen tellende ziekenhuis bood plaats aan 168 bedden, waarvan 123 voor kinderen en 45 voor volwassenen. Opvallend waren het witte verblendmetselwerk en de dubbele stalen kozijnen, die het gebouw een modern aanzien gaven. Officieel heeft het Kinderziekenhuis nog geen erkende status als monument, maar juist deze dubbele stalen kozijnen roepen de vraag op of de status niet moet worden toegekend. Als het aan de huidige bewoners ligt in ieder geval wel. Naast de unieke constructie zorgen de dubbele kozijnen ook voor een duurzame temperatuurregeling. Toen het Diakonessenhuis in 1987 zijn deuren sloot, kreeg het complex een nieuwe bestemming als woongebouw. De grote plastiek van een vis met daarin de barmhartige Samaritaan, gemaakt door kunstenaar Jentsje Popma, verhuisde daarbij naar de tuin van het huidige Medisch Centrum Leeuwarden.



